woorddeel dat in afleidingen een ongewenste eigenschap of toestand aanduidt als gevolg
van een angst voor, overdaad aan, of overmatige neiging tot wat in het grondwoord
wordt genoemd
Dit suffix is vrij productief: het wordt geregeld gebruikt om nieuwe woorden (neologismen)
te vormen. Deze hebben als grondwoord vaak een (Nederlands) zelfstandig naamwoord
(betonitis) of werkwoord (vergaderitis). Maar het grondwoord kan ook een bijvoeglijk naamwoord (interessanteritis), een bijwoord (binnenitis) of een eigennaam (enronitis) zijn. Soms is niet duidelijk of het grondwoord een (deel van een) werkwoord is of
een zelfstandig naamwoord (regelitis; controlitis). Soms wordt het Nederlandse grondwoord verlatiniseerd om het woord nog meer te laten
lijken op de klassieke termen voor echte ontstekingsziektes (scandalitis).