-itis


LET OP: Dit woord heeft ook oudere betekenissen. Alleen de nieuwe betekenissen worden getoond. Bekijk dit woord in het Algemeen Nederlands Woordenboek om alle betekenissen te zien: -itis (ANW)

-itis 1.0

Betekenis

woorddeel dat in afleidingen een ongewenste eigenschap of toestand aanduidt als gevolg van een angst voor, overdaad aan, of overmatige neiging tot wat in het grondwoord wordt genoemd
Dit suffix is vrij productief: het wordt geregeld gebruikt om nieuwe woorden (neologismen) te vormen. Deze hebben als grondwoord vaak een (Nederlands) zelfstandig naamwoord (betonitis) of werkwoord (vergaderitis). Maar het grondwoord kan ook een bijvoeglijk naamwoord (interessanteritis), een bijwoord (binnenitis) of een eigennaam (enronitis) zijn. Soms is niet duidelijk of het grondwoord een (deel van een) werkwoord is of een zelfstandig naamwoord (regelitis; controlitis). Soms wordt het Nederlandse grondwoord verlatiniseerd om het woord nog meer te laten lijken op de klassieke termen voor echte ontstekingsziektes (scandalitis).

Over het woord

Vorm Afbreking
Vorm -itis -itis
Type overige

Het woord in gebruik