aanloopleren


aanloopleren 1.0

Betekenis

het via digitale hulpmiddelen vooraf doornemen van nieuwe lesstof in aanloop naar het echte leren in de klas, bijvoorbeeld tijdens een periode dat er op school zelf moeilijk onderwijs gegeven kan worden, zoals tijdens een pandemie

Aanloopleren…

is leren

      Hoofdsemagram: leren


      Over het woord

      Aard herkomst inheems of leenvertaling
      Vroegste datering 2020
      Brontaal Engels
      Vorm in brontaal preteaching
      Betekenis in brontaal idem
      Bijzonderheden Kwam tijdens de periode van de coronalockdown op in België en is bedacht door VRT-journalist Chris De Nijs.
      Samenhangende woorden (vorm) aanlooples; aanlooponderwijs
      Vorm Afbreking
      Enkelvoud aanloopleren aan.loop.le.ren
      Aantal lettergrepen 4
      Hoofdklemtoon 1ste lettergreep
      Type zelfstandig naamwoord
      Naamtype soortnaam
      Geslacht onzijdig
      Lidwoord het
      Getal geen meervoud
      Betekenisklasse abstractum
      Type samenstelling
      Linkerlid aanloop
      Linkerlidtype zelfstandig naamwoord
      Rechterlid leren
      Rechterlidtype zelfstandig naamwoord
      Tussenklank geen

      Het woord in gebruik

      Hyperoniem leren
      Synoniem preteaching

      Als de scholen weer opengaan, zullen de leerkrachten de nieuwe leerstof die ze door aanloopleren hebben aangebracht, herhalen.

      https://www.vlaanderen.be/taaladvies/aanlooplessen,

      Presentator Michaël Van Droogenbroeck deed in "De ochtend" op Radio 1 een poging om een Nederlands alternatief te introduceren: "aanlooplessen". "Het woord is eigenlijk bedacht door VRT-journalist Chris De Nijs", zegt Ruud Hendrickx. "Hij vroeg zich af waarom noemen we dat niet gewoon "aanlooplessen" of "aanloopleren"? Vanochtend heeft Michaël Van Droogenbroeck dan gezegd, ik doe dat. Zo hebben wij dan toch onze kleine bijdrage geleverd aan een Nederlands alternatief voor preteaching.

      https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/04/20/coronawoordenschat-aanlooplessen/,

      Taalvariëteit (vooral) in België
      Domein wetenschap
      Domein gezondheid, geneeskunde en zorg
      Domein onderwijs en opvoeding
      Tijd neologisme