In Knack stelde Katrien Elen al vast dat de literaire wereld opmerkelijk stil is als
het aankomt op het klimaat, evenals Frank Hellemans en Dirk Leyman in Ons erfdeel.
Stef Craps en Mahlu Mertens proberen dit gebrek aan klimaatfictie in rekto:verso te
verklaren vanuit de literaire vorm die vertellers traditioneel bezigen: 'De schaalgrootte
en complexiteit [van de klimaatproblematiek] werken verlammend voor schrijvers, die
moeten vaststellen dat hun gebruikelijke arsenaal aan verhaalvormen ontoereikend is.'
Het debat over klimaatfictie kan wat dat betreft nog wat leren van de poëzie. In die
zin is het hopen dat Stehouwer een tweede kweek van Bindweefsel wil overwegen.
Klimaatfictie wordt steeds populairder, ook in de Nederlandstalige literatuur. Met
Erdal Balci's De wedergeboorte is er een nieuwe loot aan de stam. Maar tonen de auteurs
zich echt visionair of blijft het bij vergezocht experimenteren? Kleine excursie door
een groeiend genre. Met zijn ophefmakende boek The Great Derangement schudde de Indiase
auteur Amitav Ghosh in 2016 zijn collega-schrijvers bruusk wakker. Hij beklaagde zich
over het feit dat 'klimaatverandering een veel kleinere rol speelt in hedendaagse
literaire fictie dan in het openbare debat'. Aan non-fictie over klimaatverandering
geen gebrek, zo stelde Ghosh, maar romans en korte verhalen, daar ontbrak het aan.
Marsmans hemelbestormende klimaatfictie. In de debuutroman Het tegenovergestelde van
een mens van dichter Lieke Marsman (1990) gaat het over de vraag: waarom lijken we
niet geraakt door de klimaatverandering? Je kunt denken: meer een vraag voor een essay
dan voor een roman, maar deze roman is juist zo hemelbestormend omdat het die genrescheidingen
irrelevant maakt. Marsmans mengvorm van roman, essay en poëzie levert hoogst relevante
filosofische literatuur op – die raakt aan alles waar je als intellectueel mee bezig
kunt zijn.