Rove introduceerde het zogenoemde microtargeting als campagnemiddel. Een techniek
uit de marketing waarbij honderden gegevens over individuele burgers (uit creditcardtransacties,
supermarktaankopen, internetgebruik, etc.) worden verzameld en in een spreadsheet
worden opgenomen. Daarmee is per adres vast te stellen welke globale politieke voorkeur
mensen hebben. Maar omdat bij de meeste presidentsverkiezingen maar de helft van de
Amerikanen gaat stemmen, heeft een kandidaat daar niet zoveel aan. De kunst is om
een kiezer die op jouw kandidaat zou stemmen zover te krijgen dat hij naar de stembus
gaat. En het voordeel van microtargeting is dat je daarmee ook te weten komt welke
onderwerpen mensen werkelijk beroeren.
„Obama's campagneteam werd in 2008 geroemd omdat het zo gedreven werd door data, en
het pionierde met microtargeting." Dat twitterde Cambridge Analytica afgelopen weekend.
Cambridge Analytica voedde daarmee onder twitteraars en commentatoren het sentiment
dat het schandaal een politiek gekleurde heksenjacht is. Barack Obama maakte in 2008
en 2012 toch ook veelvuldig gebruik van microtargeting en andere socialemediastrategieën?
Nu Trump dat doet is het ineens verkeerd, luidt die redenering.
De Europese Unie besloot vorige week strengere regels in te voeren voor online politieke
advertenties. Onderdeel van het akkoord zijn afspraken over microtargeting, waarbij
kiezers op hen gerichte boodschappen te zien krijgen.
Dus waarom nog getwijfeld aan de nederlaag van de Grand Old Party, zoals de Republikeinse
partij ook wel heet? Omdat er zoiets bestaat als microtargeting. Microtargeting is
de kunst om elke kiezer tot in de kleinste details in kaart te brengen. Als dat is
gebeurd zoekt een politieke partij persoonlijk contact met de stemgerechtigde, en
snijdt de punten aan die hem – zoals de partij al weet – dwars zitten. Het resultaat
is verbluffend: wie op deze manier met een kiezer contact maakt, heeft meestal een
stem gewonnen. Microtargeting is vooral zo invloedrijk omdat Amerikanen niet geneigd
zijn te stemmen bij Congresverkiezingen – de opkomst blijft meestal onder veertig
procent.