Die rimpeldagen moeten de werkdruk verlagen. De oudere werknemer af en toe een extra
dagje vrij gunnen, helpt om hen langer aan de slag te houden, dat is de achterliggende
redenering. (Merkwaardig toch: in de wereld van de arbeid noemt men mensen oud op
hun 45ste, op het moment dat ze in hun wielerclub de jongeren uit het wiel beginnen
te rijden.) De rimpeldagen zijn dus een alternatief voor het brugpensioen. Terloops:
er zijn beleidsmakers die overwegen de formule te veralgemenen in ruil voor een terugschroeving
van het brugpensioen.
Door besparingen zouden er geen centra meer bijkomen. Maar Maggie De Block zegt dat
ze de centra meer geld wil geven. De minister zei ook dat de rimpeldagen niet veranderen
voor wie nu al ouder is dan 45 jaar. Nieuw overleg Premier Charles Michel (MR) vroeg
de Belgische regering om opnieuw met de vakbonden te praten. En ook de Vlaamse regering
belooft een overleg. Dat moet zorgen voor een nieuw sociaal akkoord. Toch is de sector
nog niet tevreden. Er moeten nog meer resultaten komen.
Niet noodzakelijk. Er zijn wel degelijk voorbeelden op bedrijfs- of sectorniveau.
Denk aan de hervorming van de arbeidsorganisatie bij Bayer in het verleden of de rimpeldagen
in de socialprofitsector. De vraag of minder werken wel realistisch is, wordt trouwens
stilaan overvleugeld door de vaststelling dat er geen alternatief is.
De rimpeldagen kosten veel: 5, 10 en 15 procent arbeidstijdvermindering voor hetzelfde
loon, is een uurloonkostenverhoging met evenveel procent. Werkgevers krijgen er rimpels
van. Maar als ze inderdaad brugpensioenen helpen te voorkomen, besparen ze, want brugpensioenen
kosten nog meer.