uitzichtloze situatie waarin de economie tot stilstand komt doordat voor allerlei
activiteiten geen vergunningen kunnen worden verleend, omdat anders te veel stikstof
wordt uitgestoten
Er is sprake van een metaforisch gebruik van het woord fuik.
In deze aflevering pakken we een extreem gepolariseerd onderwerp bij de kop: de stikstofcrisis.
Wetenschapsjournalist Arnout Jaspers spreekt van een stikstoffuik waarin we zijn vastgelopen
wat geleid heeft tot in zijn ogen absurde maatregelen als uitkoop van boeren en een
bouwstop.
Als je echt geen uitweg voor een probleem ziet, dan wordt het aantrekkelijk het probleem
te ontkennen. Je ziet het stikstofbeleid helemaal vastlopen, en je kunt gevoelig worden
voor de gedachte dat het probleem zwaar wordt overdreven. Dat we een stikstoffuik
zijn ingezogen. Dat modellen zijn losgezongen van de werkelijkheid.
De laatste tijd is er een opvallende uitbreiding van de verzameling samenstellingen
met fuik in deze figuurlijke betekenis. In de nieuwe samenstellingen wordt vaak verwezen
naar wat we tegenwoordig een narratief noemen: een als samenhangend verhaal gepresenteerde,
breed gedragen problematiek waarop de overheid haar beleid baseert. Voorbeelden zijn
coronafuik, klimaatfuik en - sinds kort - stikstoffuik. Zulke woorden, die doorgaans
worden geïntroduceerd door critici die zo'n narratief geheel of ten dele als een dwaling
beschouwen, verwijzen naar een uitzichtloze toestand waarin de overheid dankzij haar
eigen beleidskeuzes is terechtgekomen omdat de consequenties daarvan een verlammend
effect hebben op de samenleving.