Ook los van de fiscaliteit is de regelgeving inzake 'plussen' behoorlijk ingewikkeld.
Zo gelden er specifieke regels voor wie welke soort bijverdienste mag hebben. Bijvoorbeeld:
in het verenigingswerk mogen gepensioneerden onvoorwaardelijk bijklussen, zelfstandigen
alleen als het niet om een activiteit gaat die ze ook in hoofdberoep doen, werknemers
alleen als ze een viervijfdebaan hebben (zie ook flexi-jobs) en werklozen helemaal
niet. Nog meer specifieke regels bij het onbelast bijklussen: het fiscale gunstregime
geldt in de formule van de deeleconomie alleen voor activiteiten via 'erkende platformen'.
"Ik ben een enorme voorstander van het principe dat iedereen recht heeft op een basisinkomen.
Ik vind het jammer dat dit momenteel nog niet au sérieux wordt genomen. Omdat ik de
bewuste keuze maak om niet fulltime te werken, ben ik al heel vaak tegen dat systeem
gebotst. Je krijgt pas een uitkering als je drie maanden fulltime hebt gewerkt. Tijdens
mijn viervijfdebaan draag ik ook mijn steentje bij, bereken mijn uitkering dan op
basis van mijn aantal uren. Ik denk dat ik het basisloon niet meer ga meemaken, maar
ik hoop het wel voor mijn nichtjes en neefjes."
ACV-voorzitter Luc Cortebeeck noemde zich gisteren tevreden met de verhoogde premie
voor alleenstaanden, maar besefte ook "dat we er over moeten waken dat het inkomen
van een werknemer met een viervijfdebaan niet te dicht komt bij het loon voor een
voltijdse baan.'' Het VBO blijft de filosofie van het tijdskrediet -- waardoor een
betere combinatie tussen privéleven en arbeid mogelijk wordt -- genegen. "Maar loopbaanplanning
moet verder gaan dan de periode tussen 25 en 50 jaar. Waarom geen ruil organiseren?
Op het einde van de carrière zouden we de maanden of jaren van opgenomen tijdskrediet
in rekening kunnen brengen, door het vertrek met brugpensioen of pensioen met dezelfde
tijdsduur te verlaten."
Er bestaat ook een optie om het vanaf je 60ste wat rustiger aan te doen: de 'landingsbaan'.
"Dit is eigenlijk een vorm van tijdskrediet, maar dan specifiek voor de eindeloopbaanproblematiek",
zegt Ellen Van Grunderbeek. "Deze optie maakt het voor werknemers in de privésector
mogelijk om hun prestaties te verminderen tot een halftijdse of viervijfdebaan. Het
loonverlies wordt via een RVA-uitkering forfaitair bijgepast. De voorwaarde is wel
dat je al minstens 25 jaar als loontrekkende aan de slag bent."