Het woord werd eerst vooral als eigennaam gebruikt en daarna ook als soortnaam. De
eerste wensambulance is op 2 maart 2007 in Rotterdam opgericht door Kees Veldboer;
zijn organisatie heette Stichting Ambulance Wens.
Een jarenlange strijd tegen het UWV resulteert in een belangrijke uitspraak voor patiënten
met de chronische vermoeidheidsziekte ME/CVS. Almeloër Gert-Jan van Duren (58), die
geen uitzicht heeft op herstel, heeft recht op een uitkering. Dat heeft de rechter
besloten. In zijn strijd tegen het UWV, dat zijn aangevraagde IVA-uitkering (Inkomensvoorziening
Volledig Arbeidsongeschikten, red.) afwees, kwam Van Duren vorig jaar zelfs per wensambulance
naar de rechtbank.
"Een man zei deze week tegen me: ik ben een handgranaat waar iemand elk moment het
pinnetje uit kan trekken. Ja, precies zo is het, kon ik beamen. En ik zeg dan ook
dat ik die onzekerheid net zo vreselijk vind." Ze wil patiënten zo veel mogelijk bijstaan
in het realiseren van hun wensen. Niet alleen op medisch vlak. Zo was er een terminale
vrouw die graag nog naar een concert wilde van Sieneke. Willemsen kende de zangeres
niet en ging ter plekke googelen. Ze checkte de optredens van de zangeres ('genre
levenslied') zodat de zieke vrouw misschien met een wensambulance naar een show zou
kunnen.
Met de wensambulance sta ik voor een slagboom die ons tegenhoudt om de strekdam op
te gaan. Ik stap uit om te kijken of we erlangs kunnen. Er tuurt een aantal mensen
in het water waar een paar grote bruine ogen nieuwsgierig terugkijkt. Er komt een
dame met een bezorgd gezicht op ons af. „Er is toch niets mis?", vraagt ze. „Dit is
een wensambulance", leg ik haar uit. „Ik heb een zieke bij me die graag naar dit plekje
wil… als laatste wens." „O, gelukkig", zucht mevrouw, „ik dacht al dat er iets met
het zeehondje was!"