Vaak blijkt die boekennijd, net als andere momenten van benijden, trouwens helemaal
niet te kloppen, en is het vooral zo dat je van je eigen, stomme boek af wil en daarom
denkt dat iedereen een beter boek heeft dan jij. Ik had vorige week boekennijd toen
ik bij iemand in het ziekenhuis op bezoek was. Op haar nachtkastje lag een mooi, dun
boekje van de Italiaanse schrijver Natalia Ginzburg (1916 - 1991), van wie ik gehoord
had, maar nog nooit iets gelezen.
Ginzburg kan in een snelle zin iemand meteen omschrijven, de moeder bijvoorbeeld:
'Elke dag plukte ze haar wenkbrauwen, ze maakte er twee donkere visjes van die naar
haar slapen toe flitsten: haar gezicht maakte ze op met geel poeder.' En als je dan
op dezelfde bladzijde, in dezelfde ademloze beschrijving, leest dat deze moeder met
haar twee zoontjes in een bed slaapt, zij aan de deurkant, 'omdat ze 's nachts las
en rookte' - dan heb je haar compleet. Soms is boekennijd volledig terecht.
Dit kun je ook hebben met boeken: boekennijd. Je zit op vakantie op een Franse rots
met het verkeerde boek, en naast je ligt een vrouw op een dunne doek met, overduidelijk,
het perfecte boek.